Brouwen van bier


Wat is bier? Simpel gezegd: bier krijgt men door gerstemout, samen met hop en water te laten gisten. Om bier te brouwen zijn dus in elk geval de volgende ingrediėnten nodig: water, gerst, hop en gist. Het samenspel van de verschillende ingrediėnten en vooral de behandeling die deze grondstoffen moeten ondergaan voordat zij samenkomen in het brouwproces, bepalen smaak, kleur en schuimkraag van het bier.
Mouten
De gerst die brouwers gebruiken wordt eerst zorgvuldig geselecteerd. Voordat de korrels geschikt zijn om gebruikt te worden voor het brouwproces moeten zij eerst gemout worden.
Dit begint met het laten kiemen van de gerstkorrels. Hiervoor zijn water en zuurstof nodig. Het kiemproces komt tot stand door de korrels gedurende 48 uur afwisselend met frisse lucht te doorblazen en in waterbaden te dompelen. Hierna worden de gerstkorrels in een laag van 8 cm uitgespreid over de vloer. Terwijl ze zeven dagen lang regelmatig worden gekeerd, groeit er een klein worteltje aan de gerstkorrels. Tijdens dit kiemproces ontstaan in de gerstkorrels enzymen die essentieel zijn voor het proces.
Eesten
Om het kiemen te stoppen worden de gertskorrels gedroogd tijdens het zogenaamde eesten: de korrels worden in een dikke laag op een poreuze stenen vloer gelegd en er wordt hete lucht doorgeblazen, waardoor water en zuurstof uit de korrels verdwijnen. De temperatuur van de lucht waarmee dir gebeurt bepaalt de kleur van het bier. Pils krijgt zijn goudblonde kleur door gerstkorrels te drogen bij een temperatuur tussen 80°C en 100°C. Hogere temperaturen maken het bier donkerder, zoals bij Bockbier en Oud Bruin. Wanneer na het polijsten van de korrels alle scheutjes die tijdens het kiemen zijn ontstaan weg zijn, is het moutproces afgesloten.
Brouwen
De moutkorrels worden vervolgens gebroken (dit proces heet in brouwerstermen schroten) en in de brouwketel gebracht. Het basisprincipe van bierbrouwen is dat de enzymen in de moutkorrels het aanwezige zetmeel omzetten in suiker. Dit vindt plaats in de brouwketels waar water en mout samengebracht worden. Door verwarming worden de enzymen in de moutkorrels geactiveerd. Het zetmeel wordt omgezet in suikers.
Klaren
Om deze vloeistof helder te maken, klaren zeggen de brouwers, wordt zij overgebracht naar een imposante ketel die een platte bodem heeft. Hier kan het kaf bezinken. Tegenwordig worden hiervoor verschillende filters gebruikt.Na het filteren ontstaat een heldere vloeistof (wort) die al de kleur heeft van het uiteindelijke bier.
Hop
Nu voegen de brouwers hop toe. Het vrouwelijke bloempje (hopbel) van deze plant bevat een hars (hopolie) die het bier zo zijn karakteristieke, bittere smaak geeft. De wort gaat naar de wortketel om ingekookt te worden.
Biergist
Na het koken wordt de vloeistof gefilterd, afgekoeld tot 8°C en voegen de brouwers biergist toe. Gist is een micro-organisme dat suikers nodig heeft als voeding en dit omzet in koolzuur en alcohol. De bieren zijn te onderscheiden in ondergistend, genoemd naar het naar de bodem zakken van het gist (5°C - 10°C vergist) en bovengistend, genoemd naar het feit dat het gist komt bovendrijven na de gisting (15°C - 20°C vergist)
Jong bier
Na een week is het gistingsproces afgerond. De drank die nu is ontstaan noemt men 'jong' of 'groen' bier, omdat het nog niet alle aroma's van het eindprodukt bevat. Jong bier ondergaat vervolgens een lichte hergisting (lageren) van enkele weken. Bij een koeling tot een temperatuur van 0°C ontstaat koolzuur dat zorgt voor het fraaie schuimmanchet op een glas bier. Het bier krijgt nu zijn verfijnde smaak en karakteristiek aroma.
Filteren
Met behulp van filters ondergaat het bier een laatste filtratie. Hierna is het heldere eindprodukt ontstaan, klaar om verpakt(gedronken) te worden.