Hertog Jan


Elk groot man is geboren uit een klein kind. Hertog Jan de Eerste van Brabant was zo'n man. Hij had het kleine speelse kind van weleer in zichzelf behouden en gekoesterd. Zijn hele leven lang heeft de legendarische Hertog Jan gemengde gevoelens gehad ten aanzien van zijn jeugd in de Brabantse stad Leuven. Hij woonde daar met zijn ouders -HendrikIII en Aleidis van BourgondiŽ- zijn broers en zusje in een kasteel op een heuvel met uitzicht op de kerk en de gebouwen van de burgerij. Het kasteel was een kleine primitieve wereld op zich.

Ofschoon de bewoners betrekkelijk rijk waren, hadden zij geen stromend water, geen sanitaire voorzieningen, geen geisers, geen centrlae verwarming, geen koelkasten. Alleen in de winter, als men kou leed en dik gekleed moest gaan, konden voedingswaren -als zij niet zwaar gerookt of gepekeld waren- enige tijd bewaard worden. Al die ongemakken -men wist niet beter- werden tot op zekere hoogte goed gemaakt door een overvloed aan huispersoneel. Daardoor leek het binnen de muren op een bedrijvig dorp. Men had bijvoorbeeld een eigen smederij, een eigen paardenfokkerij, een timmermanswerkplaats, een bakkerij en zelfs een eigen brouwerij. Dit laatste was minder bijzonder dan het lijkt. Want in veel woonhuizen brouwde men in de dertiende eeuw nog zijn eigen bier, een dagelijkse drank waarop iedereen was aangewezen, omdat gewoon water vaak slecht van kwaliteit was. In tegenstelling tot water was bier een zuivere drank, want koken hoorde tot het brouwproces. Weliswaar zat er alcohol in het thuisbier, maar het percentage was gering. Bieren met een hoger alcoholpercentage kwamen pas later in zwang.

In het licht van zijn tijd en omstandigheden had Jan van Brabant zeker geen vervelende jeugd. Als kind van een kasteelheer was hij bevoorrecht, maar zijn jeugdig bestaan was toch enigszins bewolkt omdat niet hij maar zijn oudere broer Hendrik IV eertsgeborene en dus troonopvolger was. Toen vader Hertog Hendrik III stierf op 28 februari 1261 had moeder Aleidis echter allang besloten dat de troonopvolging zou gaan naar haar tweede zoon Jan de Eerste. Hendrik IV -zwak van lichaam en geest- werd in de liefderijke en luxe omgeving van een klooster ondergebracht en Jan ontving een veelzijdige en gedegen opleiding tot de nieuwe Hertog van Brabant.

Brabant bestreek in die dagen een veel groter gebied dan de tegenwoordige Nederlandse provincie. Het hertogdom omvatte ook stukken van Limburg, delen van het land van Maas en Waal (met Tiel als noordelijkste plaats) en liep in het zuiden door -voorbij Brussel- tot bijna aan de huidige Franse grens. Niet allen de omvang en de rijkdom aan vruchtbare landerijen maakten Brabant bijzonder. Ook de weelderige bossen waren van belang. Want zonder hout -als bouwmateriaal zowel als brandstof- was het dagelijks leven niet denkbaar. Het land was voorts heel bijzonder om zijn ligging in een levendig deel van Europa. Daar liepen een aantal transportroutes voor de onontbeerlijke goederenstromen. Allereerst waren er de waterwegen, de Maas en de Rijn. Maar er waren ook landwegen waarvan -juist in de tijd van Hertog Jan- de route van Brugge naar Keulen sterk in opkomst was. Aanvankelijk was het een erg onveilige route; er lagen altijd vele roofzuchtige lieden op de loer. Dat waren niet zomaar struikrovers uit de anonieme duisternis, maar vooral ook hooggezeten heren, roofridders, die door hun eeuwige geldnood -het ridderleven was duur- gedwongen werden tot onophoudelijke aanvallen. Niemand was zijn leven zeker in die tijd. Wie geen vechter was, was bij voorbaat al een verliezer.

Jan Primus -de latijnse benaming van Hertog Jan- was een man vol tegenspraken. Hij was een poŽtische minnaar -hij heeft een aantal mooie liefdesgedichten geschreven- en tegelijk was hij een ruige oorlogsvoerder. Jan heeft verstandige besluiten genomen die het dagelijkse leven in Brabant zeer ten goede kwamen. Tegelijk heeft hij schuimend en luidruchtig geleefd, hongerend en dorstend naar meer. Het was alsof hij haast had. Hij leefde inderdaad kort, van 1252 tot 1294.

Overigens was dat voor die tijd niet eens zo kort. Vrouwen stierven dikwijls nog vroeger, vaak in het kraambed. Toen Hertog Jan op zijn tweeŽnveertigste overleed was hij al tweemaal weduwenaar. In 1270 huwde hij Margaretha, de dochter van de franse koning Louis IX. Zij overleed een jaar na het huwelijk in het kraambed, waar zij een dood kind ter wereld bracht. In 1273 huwde Jan Margaretha van Vlaanderen. Zij overleed in 1285. Hertog Jan had veel kinderen, vooral buiten het huwelijk. De grote liefde in zijn leven was Janneke Pijlijster, de enige vrouw die het hart van Hertog Jan echt wist te vroveren en naar wie later een karaktervol donkerblond bier van hoge gisting is vernoemd. De vurige, rossige Janneke was een eenvoudige boerendochter. Haar lage komaf maakte een huwelijk tussen haar en de Hertog onmogelijk. Zijn hele leven bleef Jan van Brabant echter hartstochtelijk verliefd ophaar. Zijn twe huwelijken waren om uitsluitend politieke reden gesloten. Zijn heimelijke passie naar Janneke bracht hij tot uiting im talloze door hem geschreven minnegedichten. De oorlog was zijn spel en zijn dodelijke ernst. In tweeŽnzeventig ruwe roernooien speelde hij met zijn leven. Hij won ze allemaal. Behalve het laatste toernooi; daarin werd hij voorgoed geveld

Overal in Europa lagen in de tijd van Hertog Jan toernooivelden; grote sportterreinen met tribunes. Deze waren met vlagen en vanen versierd. Altijd klonken er de hoge tonen van fluiten, het geroffel van trommels en bazuingeschel. De oorlog werd er nagebootst. Het feest begon al ver buiten het toernooiveld, waar voornamelijk voor de platelandsbevolking een rumoerige markt was. Daar verkocht men vele soorten artikelen zoals gebleekt linnen, werk van kantklosters, fijne soorten laken uit Brugge, sieraden, medicinale kruiderijen en vers bier. Het leven liet zich er voornamelijk van de goede kant zien. Er werkten potsenmakers, acrobaten, evenwichtskunstenaars en balspelers. Er was een stalletje waar men zijn rotte kies kon laten verwijderen. Als de tandentrekker eenmaal beet had, overstemde zijn vrouw op een kopere bazuin het gebrulvan het slachtoffer. De omstanders lachten luid.

Op het toernooiveld zelf was de stemming eveneens feestelijk, maar plechtiger. Een toernooi was in de regel enkel toegankelijk voor de adel en zijn aanhang, voor de bisschoppen, hun belangrijkste priesters en prelaten, en verder voor de hogere burgerij. Vaak ontaardde de sport in evht vechtwerk en werd het spel een mogelijkheid een oude vete te beslechten. Minstens zo belangrijk als het spel zelf was de pronkvoorstelling, die het publiek bij een toernooi gaf. Het was een machtsvertoon in kledij, waarbij men zich op zijn allerfraaist, maar vooral op zijn allerduurst uitdoste. Er zaten nog veel meer aspecten aan zo'n toernooi, bijvoorbeeld amoureuze. Sommige dames -beeldschoon en al dan niet getrouwd- hadden in het geheim een favoriete ridder, die tijdens het spel zijn uiterste best deed om niet uit de gratie te vallen.

De grootste ridderslag van Hertog Jan de Eerste van Brabant was het winnen van een ingewikkelde veldslag, de slag van Worrimgen aan de Rijn, een plaats vijftien kilometer boven Keulen. Met deze overwinning schiep hij voor een lange tijd een kostbaar evenwicht in een groot deel van West-Europa. Veel historici eren hem daarom. Literatuurkenners beminnen hem om zijn poŽzie. In de sport roemt men Hertog Jan om zijn vaardigheden met steekwapens. Sommigen zijn gefascineerd door zijn levenslange vriendschappen met mannen, vooral met de heraut en dichter Jan van Heelu, die hem in een lang vers heeft bezongen. Schrijvers worden door hem aangetrokken om zijn paradoxale levenswandel. En ook omdat zijn biografische gegevens veel ruimte laten voor fantasie. Iedereen heeft wel een andere reden.

Brouwers verheffen Hertog Jan hoog in hun vaandel om zijn dorst en zijn liefde voor goede bieren. Zeker is dat Hertog Jan van Brabant een levensgenieter was. Vandaar da hij nogal eens met een bierpul in zijn hand wordt afgebeeld. Na zijn dood in 1294 werd Hertog Jan bijgezet in de kerk der Minderbroeders te Leuven. Niemand zal er ietsvan terugvinden. Want de ene geschiedenis heeft hier de andere verwoest: de protestanten van de zestiende eeuwse beeldenstorm hebben het opschrift en het graf grondig vernield. Er is niets meer van over. Maar de geest van Hertog Jan leeft nog schuimend voort, voor noord en zuid, voor oost en west. Wij allen, die iets in ons voelen, heffen daarom het glas met hem,

Gezondheid.